Welkom op

Pels Rex konijn

De Rexpels
Afwijkende haarstructuren 
Geschreven door J Roobol 

 

   
 

    
Het Rex konijn wordt in de standaard gerangschikt onder korthaarrassen. Dat houdt in dat er meerdere korthaarrassen bestaan. Alle kortharige konijnen zijn geen Rexen van de originele Franse stam. Voorgaand is reeds vermeld dat vele rassen werden "verrext”. Vlaamse Reus, Witt en Blauwe Wener, Blauwe van Beveren, Havanna, Alaska en andere rassen werden gebruikt om kleur-Rexen te kweken. Natuurlijk ontstond hierdoor een geweldige variëteit in de lichaamsvormen. Men kon moeilijk eenzelfde maatstaaf aannemen voor het type van alle Rex-kleurslagen, gezien hun herkomst. Bovendien traden bouwfouten op die aan de algemene verzwakking, door de Rex factor, te wijten waren.
 
Specifieke typetekortkomingen voor de Rex waren doorgezakte voorvoeten, lange slecht ingeplante oren, steile achterhand enz. eigenlijk had er voor de diverse rassen een Rex variëteit moeten bestaan. Met heeft echter de Rex als apart ras beschouwd en een uniforme beschrijving gegeven. De praktijk wijst uit dat er duidelijk verschillen bestaan in de lichaamsvormen en haarlengte tussen de verschillende variëteiten en men zal goed op de hoogte moeten zijn van de wordingsgeschiedenis van het ras wil men de kleurslagen naar waarde aan elkaar kunnen afmeten.

Onafhankelijk van de Rexen van pastoor Gillet trad de korthaarmutatie ook op in de groot Russenfokkerij van madame Delagoutte in het Departement Eure, nabij de stad Charteres in Normandië. De Franse Groot Rus is in ons land niet bekend, maar is niet gelijk aan de Californian. De ontstane Rus-Rexen gaven onderling gepaard steeds fokzuivere kortharige nakomelingen doch een kruising van deze Normandische korthaarkonijnen met de zgn Gillet-Rexen leverde normaalharige jongen. Dat is het bewijs dat het twee zelfstandige rassen waren.
   
Hetzelfde kan gezegd worden van de Duitse Rexen, die een jaar eerder in 1926, bij de fokker Koop in Lübeck, ontstonden uit een normaalharige voedster. De bekende fokker F. Joppich uit Hamburg bouwde daaruit een stam Duitse Rexen op, die bij onderlinge kruisingen met de Franse en de Normandische Rex ook zelfstandig bleek. 
  
De voorzitter van de Berlijnse Rexclub, Herr Mette, fokte konijnen die, ofschoon ze kortharig waren, een enigszins langere en grovere beharing bezaten dan de meeste andere Rex konijnen. Bijgestaan door enige experts uit de bonthandel begon Herr Mette een felle reclamecampagne voor zijn nut Rexen, welke creatie hij de naam ‘Otter Rex’ gaf. Het ras en de naam zijn nooit aangeslagen en de herinnering is slechts overgebleven aan de "Mette Rex”. De benaming Otter Rex is later gebruikt voor Tan kleurige Rexen. 

Wellicht door de vele kruisingen ontstond in Duitsland nog een nieuwe haarstructuur, de krulhaar-Rex (andere benaming Astrex als afkorting van Astrakan Rex). Ingezonden als ‘Deutsche Lockenrex’, kon de pels de vergelijking met Astrakanbont niet doorstaan.                                                                                                                                                                                                         
Mej. M.C.A. v.d. Bosch uit Goes, eertijds actief secretaresse van de Nederlandse Rexfokkersclub, vermelde in haar boekje over de Rex dat zij in 1938 een kortharige konijn verkreeg uit Schoonhoven met Japannertekening, afkomstig uit een nest Vlaamseboeren konijnen. Gepaard aan andere Rexen gaf deze voedster uitsluitend normaalharig nageslacht. 
  
Vermeldenswaard is nog een afwijkende haarstructuur, die vroeger ingezonden werd onder de naam Opossum-Rex. Deze variëteit had haren van ongeveer 5cm, die aan de basis een draaiing lieten zien, welke naar de top steeds duidelijker werd, om bij het uiteinde in een volledige krulvorm te eindigen. De beharing was zeer fijn en het was goed waarneembaar hoe iedere haar ongeveer op de helft veel van zijn dikte verloor en uitliep in een dunne punt. Klaarblijkelijk spreekt hieruit verwantschap aan de Angora en het is mogelijk een combinatie type van Angora en Rexbeharing. Deze zeer bijzondere pels werd nog uitzonderlijker door de kleur. De grondkleur was blauw, daarop volgde licht zwart, verder overgaande in gitzwart. De haartoppen waren wit. Doordat de zwarte tussenkleur door de witte haarpunten heen schenen ontstond er een eigenaardige kleurenindruk. Soms duikt deze variëteit weer op getuige diverse afbeeldingen in de fokkersbladen. 
 
Al deze afwijkingen ten opzichte van de normale beharing gedragen zich erfelijk onderworpen. Bij een kruising overheerst de oorspronkelijke pelsvorm. Dikwijls is de invloed van de recessieve eigenschap op de dominante goed merkbaar. 
  
Het karakteristieke van de Rex pels is niet alleen de kortheid van de beharing, maar ook de gelijkmatigheid van de haartoppen. De pels lijkt alsof ze op ongeveer 18mm is afgeschoren. De dekharen steken dus niet, zoals bij normaalharig ras, boven de bijharen en de onderwol uit. 
  
Aan de Rexpelsstructuur is een aantal bijkomende nadelen verbonden. Prof. Nachtsheim stelde ook dat de Rex factor een ziekelijke afwijking was. Dwergvorm door groeistoornis, kaalheid en krullen van de haren waren rasgebonden gebreken. Deze thans zo goed als overwonnen door de geadviseerde regenerende kruisingen met normaalhaarrassen. Niet overwonnen is het euvel der kale hakken en zelfs "wonde” voetzolen. Medische hulpmiddelen hebben nog niet mogen baten. Ook andere rassen met zachte beharing krijgen last van deze narigheid. Ons inziens is het advies van Prof. Nachtsheim: bloedverversing met normaalharige dieren, de enige remedie. 




Kale hakken bij het Rex konijn kunnen zeer ernstige vormen aannemen. Bij de fokkerij wordt hier dan streng op gelet en ook op keuringen zijn keurmeesters alert op een goede, dichte beharing van de voetzolen.